Forrières ligt op de kruising van twee grote geologische streken, de Famenne en de Ardennen, en wordt doorstroomd door de Lhomme.
Er is al sprake van Ferario in geschriften uit 746. Dankzij de rivier de Lhomme ontwikkelt het dorp zich. In de 16de eeuw bestaat er een vollerij en een olieslagerij. In de 17de eeuw is er sprake van een brouwerij en in de 19de en 20ste eeuw waren er een houtzagerij, een steenzagerij en een klompenmakerij actief. Er waren ook veel ambachtelijke werkers, zo werden er spijkers en meubels gemaakt en er bestonden ook kalksteenovens en een houtskoolfabriek. Met de opening van de spoorlijn Jemelle-Arlon in 1900 veranderde de situatie radicaal. Veel dorpsbewoners gingen werken bij de spoorweg of in administraties en ministeries die vanaf dan gemakkelijk te bereiken waren dankzij het spoor.